
Moet uw organisatie ook een maatschappelijke meerwaarde hebben om voor subsidie in aanmerking te komen? Hoe gaat u daarmee om? Welke tactieken en technieken zet u in? En kent u iemand zoals Bert, die u kan helpen? Reageer »
Mijn collega’s van ‘Sport, Welzijn en Cultuur’ vertelden mij dat “van maatschappelijke organisaties verwacht wordt dat zij aantoonbaar een bijdrage leveren aan het versterken van de civil society, de deelname van met name kwetsbare groepen en het vergroten van de leefbaarheid. Subsidieverstrekking is gebaseerd op dit beginsel.”
Ik zal dat even voor u vertalen: de vereniging krijgt alleen geld als ze activiteiten organiseert waar ook anderen profijt van hebben. Met deze boodschap ging ik terug naar Freek, mijn docent etsen. “Maar Bert, we organiseren toch cursussen die voor iedereen geschikt zijn,” schoot hij in de verdediging. “Volgens mij is het een kwestie van presentatie,” zei ik. “Je kunt bijvoorbeeld de cursus beginnend tekenen gratis aanbieden aan kinderen uit achterstandswijken, of bij de volgende tentoonstelling spe-ciale avonden organiseren voor gehandicapten of bejaarden.”
Enthousiast nam Freek het over: “En we bieden een gereduceerd lidmaatschap aan allochtone vrouwen. En we organiseren tentoonstellingen in prachtwijken.” Enfin, binnen de kortste keren hadden we een aantal manieren bedacht om de maatschappelijke meerwaarde van P.A.C. aan te tonen. “De rest van het bestuur moet hier natuurlijk wel mee akkoord gaan, “zei Freek bedachtzaam. “Misschien is het een goed idee dat jij ze vertelt hoe het zit?”
Zo maakte ik een week later kennis met het bestuur van Kunstvereniging P.A.C.. “De gemeentelijke subsidie is voor onze vereniging van het allerhoogste belang,” benadrukte Pieter Vermaelen, voorzitter en penningmeester ad interim, nadat ik had uitgelegd hoe het zat. “We zijn daarom blij met uw initiatief.” Antonius (‘zeg maar Toon’) van Ravenswaaij vulde aan: “Zeker, hoewel mij van het hart moet dat wij geenszins het voornemen hebben onze exposities op inferieure locaties te presenteren.” Pieter stak zijn hand op om Freek, die al begon te sputteren, te kalmeren. “Judith, wat vind jij ervan?” Het laatste bestuurslid en secretaris, Judith de Jong-van Leende, glimlachte: “Ik denk dat we hier wel wat mee kunnen.”
Om een lang verhaal kort te maken: namens het bestuur heb ik een notitie opgesteld waarin vijf concrete acties werden aangekondigd. Deze notitie was voor de gemeente aanleiding om de subsidie voor twee jaar conform de aanvraag vast te stellen. De directe geldzorgen van P.A.C. zijn daarmee voorbij. Een week later krijg ik ’s avonds een telefoontje. “Bert, Pieter Vermaelen hier. Ik wil je nogmaals persoonlijk mijn grote erkentelijkheid overbrengen en je feliciteren met het behaalde resultaat. En ik heb een voorstel voor je: Zou jij als penningmeester tot het bestuur van Kunstvereniging P.A.C. willen toetreden?”
auteur: Bert van der Sluijs, beoogd penningmeester van Kunstvereniging P.A.C.

© 2012 SBP B.V. - Verenigingen en Stichtingen