
Een stichting of vereniging wordt meestal opgestart door bevlogen mensen die passie hebben voor wat ze doen. Zij formaliseren dit in de vorm van een stichting of vereniging, om wat zij behartigen notarieel vast te leggen, een goede borging. Deze bevlogen bestuurders blijven vaak jarenlang actief in een bestuursfunctie, totdat de tijd komt dat een wisseling gaat plaatsvinden. Maar wat als er nog niemand klaarstaat en de vraag is: wie-o-wie vervangt mij?
Hier een aantal mogelijkheden uit eigen ervaring:
Met een opvolgingsbeleid vangt u direct een aantal zaken af. Het is voor iedereen inzichtelijk binnen welke periode welke functie beschikbaar komt en u creëert hiermee gelegenheid voor opvolgers om zich goed voor te bereiden op deze functie.
Werkgroep
In het opleidingstraject kan gebruik worden gemaakt van werkgroepen of commissies. In deze groepen worden de beleidszaken concreet gemaakt, de leden geven het beleid handen en voeten. Doorzetters in deze werkgroepen geven vorm aan de stichting en vereniging, zij bouwen kennis op. Om deze werkgroepleden te motiveren en hen serieuze kandidaat- bestuursleden te laten zijn creëer je opleidingsmogelijkheden, beloon je werkgroepen met deelname aan interessante seminars, nodig je werkgroepen uit om deels mee te vergaderen tijdens een bestuursvergadering.
Kweekvijver
Zo creëert het huidige bestuur een kweekvijver voor nieuwe bestuurders. Hierdoor kunnen bestuurwisselingen goed gepland verlopen én geeft u betrokken en gepassioneerde vrijwilligers de mogelijkheid om zich op te werken tot bestuurslid. Het bestuur borgt daarmee de continuïteit en de kernwaarde van de stichting of vereniging.
Opvolging is een van de grootste problemen waar we als bestuurders mee te maken hebben. In de volgende blogs zal ik meer op ‘penningmeesterszaken’ ingaan, als het voorbereiden van decharge en opzetten van de jaarrekening.
auteur: Simon Teeuwissen

© 2012 SBP B.V. - Verenigingen en Stichtingen