Wat te doen bij fraude: wetboek van strafrecht
11 oktober 2012

Wat te doen bij fraude: wetboek van strafrecht

In aflevering 2 van de rubriek 'Wat te doen bij fraude' gaan we in op verschillende vormen van fraude en welke straffen erop staan. Fraude is een verzamelnaam voor diefstal, verduistering, valsheid in geschrifte, oplichting en bedrog.

"Fraude" is een verzamelnaam. Het woord fraude stamt uit het Grieks en betekent letterlijk bedrog. In Van Dale wordt onder fraude verstaan: "valsheid, bedrog (in administratie, geldelijk beheer en m.b.t. de samenstelling van waren)". Fraude bij een vereniging of stichting betekent dat opzettelijk en onrechtmatig geld en/of goederen zijn onttrokken aan de vereniging of stichting.

Het Wetboek van Strafrecht kent het begrip fraude niet. De wettelijke termen zijn:

  • Diefstal
  • Verduistering
  • Valsheid in geschrifte
  • Oplichting
  • Bedrog bij jaarstukken.

Fraude is dus een verzamelnaam voor allerlei delicten waarin bedrog een rol speelt. Bij fraude is altijd opzet in het spel.

Verduistering
In het geval van fraude bij een vereniging of stichting is meestal sprake van verduistering. Verduistering is een misdrijf. Artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht zegt: ‘Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toe-eigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.'
Denkt u hierbij aan het voorbeeld van een penningmeester. Deze heeft het geld van de vereniging of stichting al "onder zich"; als hij zich dat geld toe-eigent, is er sprake van verduistering.

Diefstal
Als bijvoorbeeld de voorzitter geld uit de kas van de penningmeester neemt, is dat geen verduistering (want de penningmeester had de kas, niet de voorzitter), maar diefstal. Diefstal is in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht als volgt omschreven:
‘Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.'

De maximale gevangenisstraf bij diefstal is dus hoger dan bij verduistering. Maar bij verduistering is de maximale geldboete hoger dan bij diefstal: voor diefstal kan een geldboete van de vierde categorie worden opgelegd (dat is maximaal € 19.000) en voor verduistering een geldboete van de vijfde categorie (dat is maximaal € 76.000).

Straffen
De maximale straffen voor verduistering en diefstal worden zelden opgelegd. Veelal wordt volstaan met een werkstraf. Zo werd een ex-penningmeester van een PvdA-afdeling in Amsterdam veroordeeld tot een werkstraf van 150 uur voor het verduisteren van ruim € 20.000 »
De penningmeester van een shantykoor in Westerbroek kreeg wegens verduistering van ruim € 16.000 een werkstraf van 200 uur opgelegd » 
In de zaak van een pastoor uit Haanrade die € 70.500 ontvreemdde is wegens verduistering (en oplichting en witwassen) een gevangenisstraf van 15 maanden opgelegd.

Valsheid in geschrifte
Valsheid in geschrifte wordt strenger bestraft: de maximale gevangenisstraf is zes jaar en de maximale geldboete € 76.000. Artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht zegt: ‘Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.'
Een voorbeeld van valsheid in geschrifte is als een penningmeester een factuur of ander document vervalst. Een eenvoudige "greep in de kas" (verduistering) beschouwt de wetgever dus als iets minder ernstig dan geknoei met facturen. De fraudeur doet bij valsheid in geschrifte meer moeite dan bij verduistering en wordt daarvoor bij ontdekking ‘beloond' met een zwaardere straf.
Zo ging de penningmeester van een Apeldoornse stichting zelfs zo ver dat hij een accountantsverklaring vervalste. Hij kreeg 240 uur werkstraf.

Bedrog
Valsheid in geschrifte en verduistering komen meestal van ‘binnen uit" de organisatie. Diefstal komt vaak van ‘buiten uit', evenals bedrog. Een bedrieger maakt gebruik van bijvoorbeeld een valse naam, een valse hoedanigheid of van ‘listige kunstgrepen' (artikel 326 Wetboek van Strafrecht). De maximale straf is vier jaar of een boete van de vijfde categorie (maximaal € 76.000).
Denkt u als voorbeeld aan het verzenden van brieven door aanbieders van advertentieruimte, waarbij de brief lijkt op een factuur en daardoor de penningmeester aanzet tot betalen. Niet alleen ondernemers ontvangen valse facturen, ook verenigingen en stichtingen worden geconfronteerd met deze vorm van oplichting.

Bedrog bij jaarstukken
Van bedrog bij jaarstukken is sprake als een penningmeester of een bestuur een financieel verslag opstelt en openbaar maakt waarin opzettelijk foutieve informatie is opgenomen. Artikel 336 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt hiervoor een gevangenisstraf van maximaal zes jaar of een boete van de vijfde categorie (maximaal € 76.000).

Er is meer dan het strafrecht
Er is dus in het wetboek van strafrecht het een en ander geregeld over wat in de volksmond "fraude" heet. Toch zal ik er in het volgende artikel van deze serie voor pleiten om als het maar even mogelijk is niet de weg van het strafrecht te volgen om ontvreemd geld terug te krijgen.
 

 

Drs. Maarten den Ouden is registeraccountant en auteur van De Kascommissiegids en De Kascommissiegids voor VvE's. Zie www.kascommissiegids.nl.

1
0

Deze website maakt gebruik van cookies. Door het gebruik van deze website geef je toestemming voor het gebruiken van cookies.

/privacy-statement
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming