Inventariseren van behoeften
27 september 2012

Inventariseren van behoeften

Uw goede doel draait om het doel. Het doel komt meestal neer op: dat doen wat er nodig is. Maar wat is er nodig? Waar is behoefte aan? Je kunt het als stichting zelf gaan bedenken, maar dat werkt meestal niet. Maar hoe komen we er dán achter wat de behoefte van de doelgroep is?

Stappenplan
U kunt behoeften inventariseren aan de hand van het volgende stappenplan. Het voorbeeld is toegespitst op een stichting die zich inzet voor weeskinderen in Roemenië, maar kan worden ingezet voor meerdere doelen.

  1. Informatie verzamelen:
    a. Interview (keuze: directeur, werkvloer, weeskinderen?)
    b. Vragenlijst
    c. Observeren van doelgroep
    d. Bestuderen van documenten (bijvoorbeeld kranten lezen, jaarverslagen van andere hulpverlenende organisaties met soortgelijke doelgroep in soortgelijke omgeving).
  2. De informatie indelen in groepen:
    a. Organische of lichamelijke behoeften
    Voorbeelden zijn behoefte aan voedsel, drinken, warmte, maar ook lichaamsbeweging en sport.
    b. Veiligheid en zekerheid
    Dit kan materieel zijn (adequate huisvesting), maar ook geborgenheid: deel uitmaken van een buurtgemeenschap, een gezin en/of een bedrijf.
    c. Behoefte aan sociale relaties, vriendschap en liefde.
  3. Afstemmen met de doelgroep: herkennen zij zich in de gevonden behoeften? Zo niet dan is er wellicht een traject van bewustwording nodig: snappen de inventariseerders het niet (cultuurverschillen) of snapt de doelgroep de eigen behoeften niet (liever buiten voetballen dan Engelse les).
  4. Onderhandelen met doelgroep: wat is de prioriteit van de onderkende behoeften?
  5. Vastleggen van de behoeften.
  6. Concreet maken van de eisen die aan een oplossing gesteld worden: op welke tijdstippen, welke hoeveelheden, welke minimale kwaliteit?
  7. Afstemmen met de doelgroep of de vastlegging van de behoeften juist is.

In de praktijk lopen deze fasen nogal eens door elkaar heen. Zijn de behoeften geïnventariseerd, stel uzelf dan de vraag "Is mijn stichting de aangewezen organisatie om in deze behoeften te voorzien? En zo ja, op welke termijn?" De eerste vraag wordt beantwoord door de statuten en/of het beleidsplan. Zo kan het beleid van een jonge, kleine stichting erop gericht zijn uitsluitend eenmalige hulp te bieden. Bijvoorbeeld omdat voedselhulp op langere termijn niet kan worden gegarandeerd. De vraag op welke termijn de hulp geboden kan worden wordt beantwoord vanuit de begroting. Zijn er (voldoende) uitgaven op dit terrein gepland? Zo nee, is er een post ‘onvoorzien' waaruit kan worden geput? Is dit ook niet het geval, dan kan hulp alleen worden geboden als de begroting door het bestuur wordt gewijzigd.

Valkuilen
Het vaststellen van behoeften kan lastig zijn. Hiervoor zijn diverse oorzaken aan te wijzen:

  • De grote lijn en de achterliggende oorzaken zijn lastiger te achterhalen.
    Mensen vertellen sneller over problemen die op dat moment spelen dan over problemen die lange tijd spelen. Bovendien wordt vaak een incident aangehaald. Dit is bijvoorbeeld op te lossen door mensen te vragen hun huidige situatie te vergelijken met die van een half jaar of een jaar geleden. Interview niet alleen leidinggevenden.
  • Iedereen vindt zijn eigen problemen het belangrijkst.
    Zet daarom na individuele gesprekken een aantal mensen rond de tafel om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
  • Sommige mensen werken tegen.
    Oorzaken hiervan zijn onder andere zelfbescherming, aanwezigheid van leidinggevenden en angst voor verandering. Zorg voor een zo veilig mogelijke omgeving en vraag expliciet of je gesprekspartner de inventarisatie zinvol vindt. Leg de nadruk op de voordelen van de inventarisatie, maar schuw niet om naar de nadelen te vragen.
  • Taalbarrières.
    Er moet veel gepraat worden en soms in een vreemde taal. En zelfs wanneer u uw moedertaal kunt gebruiken, kunnen mensen elkaar verkeerd begrijpen, of een verkeerde interpretatie aan iets geven. Herhaal het antwoord in uw eigen woorden. Vraag of dit inderdaad is wat werd bedoeld. Laat indien mogelijk een taal- en cultuurgenoot het gesprek voeren.
1
0

Deze website maakt gebruik van cookies. Door het gebruik van deze website geef je toestemming voor het gebruiken van cookies.

/privacy-statement
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming