Het selecteren van bestuursleden
27 september 2012

Het selecteren van bestuursleden

Bij het selecteren van bestuursleden is het van groot belang wat voor type er nodig is in de organisatie. Iemand die zaken opstart of juist jarenlang draaiende houdt? En waar moet u nog meer op letten, als u op zoek gaat naar bestuurders?

Het proces om een stichting of vereniging te starten begint meestal in het hoofd van de oprichter, of in een gesprek tussen twee of drie mensen. Het is een periode die bruist van enthousiasme. Om op een goed moment weer met twee benen op de grond te komen en te beseffen dat het starten en runnen van een stichting of vereniging ontzettend veel werk is. Niet dat u zich daardoor hebt laten afschrikken, en gelukkig maar. U hebt een (goed) doel voor ogen, en dat doel wilt u nastreven. Met de wetenschap dat u dit niet in uw eentje zult bereiken, gaat u op zoek naar kandidaat bestuursleden. Maar ook een langer bestaande vereniging of stichting kan natuurlijk op zoek zijn naar nieuwe bestuurders.

Bestuurders voor de opstart en voor de continuïteit
Bestuursleden zijn tot op zekere hoogte te vergelijken met ondernemers, er zijn twee soorten:

  1. mensen die een onderneming vanuit het niets opzetten en binnen relatief korte tijd de onderneming tot grote hoogte opstuwen;
  2. mensen die de onderneming tot in lengte van jaren goed laten functioneren.

De eerste groep mensen is creatief, inventief en ontzettend gedreven. Ze vinden chaos niet erg, sterker nog, ze houden er diep in hun hart van. Problemen bestaan voor hen niet: overal waar ze kijken zien ze kansen. Ze vragen het uiterste van zichzelf en van hun medewerkers. Ze worden vaak gezien als een tikje arrogant en erg ambitieus.

De tweede groep mensen is rustiger, richten hun ogen op de langere termijn en zijn ontzettend gedreven. Die laatste eigenschap is immers onmisbaar voor elke ondernemer. Ze ervaren geen sleur, en genieten ervan als dagen ‘zonder incidenten' verlopen. Ze worden door anderen meestal aangeduid met termen als stabiel, rustig, betrouwbaar en soms zelfs ‘een tikje saai'.

Wat voor ondernemingen geldt, geldt ook voor stichtingen. Een stichting heeft tijdens de oprichting en gedurende de eerste turbulente jaren vooral behoefte aan bestuurders die in de eerste groep ingedeeld kunnen worden. Naarmate de stichting meer en meer de jaren van volwassenheid bereikt, ontstaat er meer behoefte aan mensen uit de tweede groep.

Bij een stichting is dit besef nog belangrijker dan bij een normale, winstbeogende onderneming. Managers (en directeuren) gaan met enige regelmaat naar een managementcursus of volgen de een of andere opleiding. Bestuurders van kleinere en middelgrote stichtingen leren het vak vaak in de praktijk.

Selectiecriteria
Let bij het selecteren van bestuursleden daarnaast vooral op de volgende punten:

  • de persoon heeft affiniteit met het door de stichting nagestreefde doel;
  • de persoon staat met goede naam en faam bekend;
  • de persoon heeft geen strafblad (met name in de afgelopen 4 jaar geen onherroepelijke veroordeling wegens aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld);
  • de persoon heeft geen torenhoge schulden, en evenmin een verleden met zaken als alcohol- of gokverslaving;
  • de bestuurder heeft managementervaring, kan vergaderingen leiden, de organisatie naar buiten toe vertegenwoordigen en heeft ervaring met spreken in het openbaar (deze eigenschappen zijn vooral relevant voor de voorzitter en de vice-voorzitter), is financieel onderlegd (penningmeester en vice-penningmeester) en beheerst de Nederlandse taal goed in woord en geschrift (secretaris en vice-secretaris);
  • de persoon vult de andere bestuursleden goed aan, er is sprake van synergie;
  • de persoon legt zich neer bij genomen besluiten en brengt de ‘eenheid van bestuur' niet in gevaar (binnenskamers is er verschil van mening mogelijk, naar buiten toe verdedigt elk bestuurslid elke genomen beslissing);
  • de persoon stelt zich controleerbaar op en is bereid (en gewend) verantwoording af te leggen;
  • de persoon heeft (na het maken van een gezamenlijke planning) op de afgesproken momenten voldoende tijd beschikbaar zich volledig voor de stichting in te zetten;
  • de persoon kan goed samenwerken, weet wat delegeren en mandateren is en opereert binnen vooraf afgesproken grenzen;
  • de persoon beschikt over een uitgebreid netwerk en is bereid zijn contacten te benaderen om de doelen van de stichting te verwezenlijken;
  • de persoon past qua leeftijd in een gezonde leeftijdsopbouw van het bestuur.
1
0

Deze website maakt gebruik van cookies. Door het gebruik van deze website geef je toestemming voor het gebruiken van cookies.

/privacy-statement
Meer informatie
Ja, ik geef toestemming