27 september 2012

Eisen aan de kascommissie

Bij het selecteren van leden voor de kascommissie is het belangrijk om er op te letten dat de kandidaten niet alleen onafhankelijk en deskundig, maar ook tactvol zijn.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid
De wet stelt als expliciete eis slechts, dat de commissie uit tenminste twee, door de algemene vergadering benoemde en niet tot het bestuur behorende leden bestaat. Daarboven kunnen de statuten nog aanvullende eisen stellen. De genoemde wettelijke eisen hebben betrekking op de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid. D oordat de benoeming van de kascommissie geschiedt door het hoogste orgaan binnen de vereniging, de algemene vergadering, is de onafhankelijkheid van de commissie ten opzichte van het bestuur beschermd. De onpartijdigheid wordt bevorderd door de wettelijke eis dat de kascommissieleden geen deel uit mogen maken van het bestuur. Wanneer een commissielid tegelijkertijd bestuurslid zou zijn, zou hij immers zichzelf controleren. Hoewel volgens de letter van de wet toegestaan is het uiteraard – uit oogpunt van onpartijdigheid en onafhankelijkheid – ook ongewenst om de commissie samen te stellen uit bijv. de echtgenotes van de penningmeester en de voorzitter.

Deskundigheid
Heel in het algemeen kunnen we stellen dat de leden van de kascommissie voldoende kennis moeten hebben om het financieel verslag te kunnen controleren, al dan niet met bijstand van een deskundige. Als de penningmeester aan de commissieleden moet vertellen wat zij moeten doen (en dat schijnt relatief nog vaak voor te komen…) heeft de controle natuurlijk weinig zin! Voor de controle is in veel gevallen weinig boekhoudkundige kennis nodig. Dit komt ook omdat de commissie niet op de eerste plaats de administratie van de vereniging controleert, maar het financieel verslag. Toch is het, zeker bij grotere organisaties, gewenst dat de leden van de kascommissie enige kennis van boekhouden en van jaarrekeningen hebben. En natuurlijk is cijfermatig inzicht ook vereist. De commissie zal op het gebied van het financieel verslag minstens een gelijkwaardige gesprekspartner voor de penningmeester moeten kunnen zijn. De algemene vergadering en de leden die zich beschikbaar stellen voor het lidmaatschap van de commissie van controle doen er goed aan, zich van deze deskundigheidseisen rekenschap te geven. Want… een controle die niets voorstelt is geen controle!

Persoonlijkheid
Het ligt voor de hand, dat aan de commissieleden ook qua persoonlijkheid eisen gesteld moeten worden. Sommige bestuurders hebben een aversie tegen controle en niemand vindt het prettig op zijn fouten te worden gewezen. Het benaderen van de ‘gecontroleerde’ dient dus met een zekere tact te geschieden en ook bij het inwinnen van informatie en het bespreken van eventuele fouten is diplomatiek optreden gewenst. De leden van de commissie van controle dienen altijd te beseffen dat het voeren van de administratie vaak veel tijd en energie kost (en in verenigingen meestal door vrijwilligers geschiedt) en dat opzettelijke fouten tot de uitzondering behoren. Een verstandig bestuur zal echter blij zijn met een goed uitgevoerde controle, omdat deze controle in het belang van de vereniging en het bestuur zelf is. En… iedereen is blij met een schouderklopje op z’n tijd!

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Lees ook...