De vijf P’s voor vrijwilligers

De vijf P’s voor vrijwilligers

De vijf P's: bepaal uw kracht voor vrijwilligers

De vijf P’s:

  1. Product
  2. Prijs
  3. Plaats
  4. Personen
  5. Promotie

1. Wat is het product?

Wat heeft de vereniging vrijwilligers te bieden? En wat kunnen zij bij ons doen?

  • Welke thema’s, doelen en doelgroepen heeft de vereniging?
  • Wat voor type organisatie is het? (voor-ons-door-ons, campagne, dienstverlener)
  • Welke functies/taken/projecten/activiteiten worden door vrijwilligers gedaan?
  • Welke mogelijkheden zijn is er voor flexibele en/of incidentele inzet?
  • Wat krijgt een vrijwilliger als hij/zij actief wordt? (bijv. goed gevoel, kaarten voor een festival, vriendschap, werkervaring of studiepunten).
  • Welke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en inspraak krijgen zij?
  • Welke opleiding/training(en) krijgt een vrijwilliger aangeboden?

2. Wat is de prijs?

Wat moeten vrijwilligers ervoor over hebben om actief te worden in de verreniging?

  • Welke competenties (kennis, vaardigheden, houding) vraag je?
  • Hoeveel tijdsinspanning vraag je? (hoe vaak, hoeveel uur, welke dagen/periode(s), welke tijden)
  • Welke opleiding/training moet een vrijwilliger volgen om het werk goed uit te kunnen (blijven) voeren?

3. Wat is de plaats?

Denk aan fysieke afstand (hoeveel km moet je reizen), maar ook aan drempels in de beleving. Komen potentiële vrijwilligers naar jou toe of zoek je ze zelf actief op?

  • Waar is de vereniging gevestigd?
  • Waar zijn ze actief (locatie, gebied, internet)?
  • En waar maken potentiële vrijwilligers kennis met de organisatie?

4. Wie zijn de personen?

Op welke mensen draait de vereniging (medewerkers en andere vrijwilligers)? Probeer eens met de blik van een buitenstaander te kijken. Wat valt je op?

  • Welke leeftijdsgroepen (generaties) zijn er actief in de organisatie?
  • Wat zijn overige kenmerken van de mensen in de organisatie? (sekse, leefstijlen, etniciteit, type vrijwilligers op basis vrijwilligerskwadrant)
  • Hoe verhouden oudere zich ten opzichte van jongere vrijwilligers? (in verdeling van taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, plaats in de organisatie)
  • Wat is typerend voor jullie organisatiecultuur? (ondernemend/traditioneel/vernieuwend/…)
  • Waarom zijn mensen actief in jullie organisatie?
  • Wie komen mensen tegen als ze voor het eerst komen?
  • Met wie werken de nieuwe vrijwilligers samen?

5. Hoe is de promotie?

Wat doet de vereniging zoal om zichzelf te promoten?

  • Hoe komen potentiële vrijwilligers met jullie in aanraking, hoe vinden ze jullie? Welke kanalen en promotiemiddelen gebruiken jullie? Denk aan: website, flyers, posters, evenementen, presentaties op scholen, promotieteams.
  • Voor wie zijn jullie als organisatie zichtbaar op basis van gebruikte promotiemiddelen en kanalen? Bijv. bezoekers bibliotheek, lezers van wijkkrant, klanten spirituele boekhandel, bezoekers oranjemarkt.
  • Wat is jullie imago?
Je winkelwagen