27 september 2012

Hulde aan de penningmeesters!

Nederland telt zo'n 300.000 verenigingen en stichtingen. En dus hetzelfde aantal penningmeesters. Deze functie kent veel verantwoordelijkheden. Als een penningmeester vertrekt is het vaak heel lastig om iemand te vinden die in die vacature wil en kan voorzien. Het is dus zaak om zuinig te zijn op uw penningmeester.

De koningin is ook blij met al die penningmeesters. Tijdens de jaarlijkse lintjesregen rond Koninginnedag krijgen veel penningmeesters als blijk van waardering voor hun activiteiten een koninklijke onderscheiding.

Greep in de kas
Helaas zijn er binnen die 300.000 verenigingen en stichtingen ook penningmeesters die aan zichzelf een blijk van waardering toekennen en een greep in de kas doen. Hoe vaak fraude binnen deze organisaties voorkomt of ontdekt is, is niet bekend. In de pers verschijnen jaarlijks zo’n 50 fraudegevallen. Gerekend over 10 jaar dus zo’n 500 stuks en als percentage van het totale aantal organisaties dus circa 0,017 %.

Openbaarheid
U moet bedenken dat lang niet alle fraudegevallen in de openbaarheid komen. Via mijn website www.kascommissiegids.nl word ik regelmatig benaderd door verenigingen en stichtingen die geconfronteerd zijn met fraude, maar daarmee niet in de publiciteit willen komen.
Maar al met al is het duidelijk dat het gaat om een relatief klein aantal dat bekend is. En ook dat de interne organisatie van veel verenigingen en stichtingen heel zwak is. Zo zwak, dat het plegen van fraude zeer eenvoudig is en lang onopgemerkt kan blijven.

Vertrouwen
Voorheen motiveerden rechters nog wel eens een opgelegde straf met de opmerking dat de penningmeester (want in de meeste gevallen is de penningmeester de fraudeur) “misbruik van vertrouwen had gemaakt”. Steeds vaker zien we in rechterlijke uitspraken dat de straf juist beperkt wordt omdat de rechter vindt –en wat mij betreft geheel terecht- dat ook de andere bestuursleden een verwijt te maken valt. Bijvoorbeeld in het geval dat geen van de andere bestuursleden geïnteresseerd was in de financiën. Of in het geval dat een grote en langdurende fraude niet is opgemerkt ondanks jaarlijkse kascontroles, die blijkbaar dus niet goed zijn uitgevoerd.

Het motto bij presentaties die ik geef over het voorkomen (voorkómen en vóórkomen) van fraudes bij verenigingen en stichtingen is:
Vertrouwen is goed.
De controle moet óók goed zijn.
En de interne organisatie ook.

Uitlokking
Soms is de interne organisatie bij verenigingen en stichtingen zó slecht dat er welhaast sprake is van uitlokking. Als een bestuur de totale verantwoordelijkheid voor het financiële gebeuren zonder enige vorm van controle in handen legt van één persoon, namelijk de penningmeester, kun je dan nog wel zeggen dat het bestuur “bestuurt”? Een bestuur dat alleen maar “vertrouwen” geeft aan de penningmeester en hem of haar verder aan zijn of haar lot overlaat, verdient wat mij betreft de benaming “bestuur” niet.

Geen lintje
Misschien moet ik de koningin maar eens vragen om daar rekening mee te houden bij de selectie van kandidaten voor de lintjesregen van volgend jaar. Geen lintjes meer voor voorzitters en andere bestuursleden als niet duidelijk is dat zij een stevige interne organisatie hebben neergezet die de penningmeester niet uitnodigt, maar er juist van weerhoudt om fraude te plegen.

In de media verschijnen regelmatig berichten over fraude bij verenigingen en stichtingen. Drs. Maarten den Ouden, registeraccountant en auteur van De Kascommissiegids, geeft in deze reeks naar aanleiding van fraudegevallen tips om deze tegen te gaan. Kortom, hoe een goede organisatie en een goede controle fraude kan helpen voorkomen.

Share on print
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on google
Lees ook...