Sponsoring op nummer 3

Sponsoring op nummer 3

Sponsoring op nummer 3

Kijk uit voor een te grote afhankelijkheid van sponsors! Ik heb ouders van talentvolle sporters persoonlijk zien aftakelen omdat sponsors afhaakten, of omdat sponsorbeloftes niet werden waargemaakt. Van dichtbij zag ik hoe non-profits met goede bedoelingen aan de rand van de afgrond kwamen of er zelfs overheen kukelden. Hoe vaak leest u niet over evenementen die niet doorgaan omdat het niet lukt met sponsors?

Voor de extra’s
Sponsors moeten er vooral zijn om de extraatjes mogelijk te maken. Waarschijnlijk heeft u deze ‘wijsheid’ al eerder gehoord, maar het kan niet genoeg herhaald worden. Een trainingskamp, een extra concert, een feestavond voor de jeugdleden, uniforme kleding, dat soort zaken betaalt u met sponsorinkomsten. Als u het sponsorgeld structureel nodig heeft voor het betalen van terugkerende kosten zoals reizen, huur, energie en/of materialen, dan bevindt u zich op glad ijs. Natuurlijk, soms kan het door de aard van een activiteit echt niet anders. Dan staat of valt alles met sponsoring, denk aan de avonturier die de wereld wil overroeien, of het zeilteam dat net buiten de nationale selectie is gevallen en zonder steun van de bond toch de Olympische Spelen wil halen.

Achterban
Maar stichtingen en verenigingen hebben leden, of in ieder geval een achterban. Voor én met hen wilt u uw kerntaken en –activiteiten kunnen blijven doen, dat mag nooit in gevaar komen. Dankzij uw leden en directe achterban moet er voldoende geld in het laatje komen. In de eerste plaats via contributies en eigen fondsenwervende activiteiten (bar, loterij, verkoop van clubmaterialen); sponsoring komt pas daarna, op z’n vroegst pas op nummer drie. Sponsors zijn geen leden, zij staan verder van u af, zijn in principe minder trouw en hebben sowieso een ander hoofddoel. Sponsors kunnen heel behulpzaam zijn, maar ook onbetrouwbaar en zakelijk en hard. Een beetje wantrouwen kan geen kwaad, ter bescherming van uw eigen onafhankelijkheid…