Vpb afdragen voor activiteiten in besloten kring?

Vpb afdragen voor activiteiten in besloten kring?

Vpb afdragen voor activiteiten in besloten kring?

Activiteiten in besloten kring

De vennootschapsbelasting is van toepassing als de vereniging een onderneming drijft. Daarvoor gelden drie voorwaarden:

  1. Er is een oogmerk om winst te behalen;
  2. Deelname aan het economisch verkeer;
  3. En er is een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal.

Hieronder gaan we in op het criterium ‘deelname aan het economisch verkeer’ en de uitzondering hierop, de zogenoemde ‘besloten kring’.

Besloten kring

Er is sprake van een besloten kring als er uitsluitend activiteiten worden verricht door de leden van de vereniging. Dan zal officieel geen sprake zijn van deelnemen aan het economisch verkeer.

Maar, de vaststelling of sprake is van belastingplicht is erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden. De regels zijn nader vormgegeven en geïnterpreteerd in de jurisprudentie en beleidsbesluiten.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 1 april 2009 geoordeeld dat een vereniging, met als doel het bevorderen van estate planning in de notariële beroepsuitoefening, beperkt belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. Die vereniging is volgens het Hof belastingplichtig voor het organiseren van een beroepsopleiding en een congres, maar niet voor het organiseren van scholingsbijeenkomsten die slechts openstaan voor de leden. Omdat ze hiermee alleen de belangen van haar leden behartigt en niet naar buiten treden, nemen ze voor deze activiteiten geen deel aan het economisch verkeer.

Naar aanleiding van deze uitspraak heeft de staatssecretaris van Financiën criteria weergegeven. Dit is baanbrekend, omdat voorheen enkel uit de jurisprudentie moest blijken wanneer sprake is van een besloten kring.

De criteria

  • Het verrichten van diensten aan een besloten groep, welke groep niet of nauwelijks kan wijzigen, neigt naar de kwalificatie dat geen sprake is van deelname aan het economisch verkeer;
  • Wanneer echter eenvoudig toegetreden kan worden tot de besloten groep om alsnog tegen betaling diensten te ontvangen, kan wel sprake zijn van deelname aan het economisch verkeer;
  • Richten de verleende diensten zich uitsluitend op de algemene belangenbehartiging van de leden, dan is geen sprake van deelname aan het economisch verkeer;
  • Is sprake van het tegen betaling verrichten van individuele diensten ten behoeve van de leden, dan is weer wel sprake van deelname aan het economisch verkeer.

De toelichting van de staatssecretaris biedt een welkome houvast aan de praktijk. Maar ook deze criteria zijn niet allesbepalend en moeten getoetst aan de jurisprudentie.

En wat als de vereniging in concurrentie treedt met ondernemers?

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 breidt het drijven van een onderneming uit met een fictie. Ook een werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met bepaalde belastingplichtigen, wordt als onderneming aangemerkt. Van in concurrentie treden is sprake als omzet is gegenereerd ten koste van andere belastingplichtige ondernemingen.

Maar over de situaties waarin sprake zou kunnen zijn van het ‘in concurrentie treden’ met ondernemers, bestaat nog onduidelijkheid. De vraag is of ook sprake kan zijn van belastingplichtige ‘in concurrentie treden’ als de activiteiten enkel plaatsvinden ten behoeve van de leden (besloten kring). Het Hof Amsterdam oordeelde recentelijk dat een vereniging buiten de vennootschapsbelasting zou blijven. Dit omdat het criterium ‘in concurrentie treden’ slechts van belang is als alleen het winstoogmerk ontbreekt en verder wel voldaan is aan de eisen van een onderneming. De staatssecretaris was het niet met de uitspraak eens en heeft beroep in cassatie aangetekend. Het wachten is nu dus op het oordeel van de Hoge Raad.