Vergeet de vennootschapsbelasting niet

Vergeet de vennootschapsbelasting niet

Vergeet de vennootschapsbelasting niet

Vpb afdragen

Vennootschapsbelasting (Vpb) is een jaarlijkse belasting op de winst van rechtspersonen of samenwerkingsverbanden die vergelijkbaar zijn. De vennootschapsbelasting is van toepassing als je door de Belastingdienst als ondernemer wordt gezien. Daarvoor moet aan deze drie voorwaarden zijn voldaan:

  • Er een oogmerk is om winst te behalen.
  • Er wordt deelgenomen aan het economisch verkeer.
  • En er een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal is.

Omdat alle drie de voorwaarden moeten gelden zijn veel verenigingen niet vennootschapsbelastingplichtig. Het streven naar winst ontbreekt namelijk meestal, of is van zo’n ondergeschikte betekenis dat er geen sprake is van een onderneming.

Winstoogmerk

Toch doet de fiscus vaak moeilijk over het winstoogmerk. Zeker als er structureel sprake is van overschotten (meer inkomsten dan uitgaven).

  • Ook al is het behalen van winst geen streven voor de organisatie, het ligt aan de feitelijke omstandigheden. De bepaling beschreven in de statuten is hierbij niet doorslaggevend. Wel is het zo dat als in de statuten de bepaling ontbreekt dat het maken van winst niet is beoogd, het moeilijker is om dit aan te tonen.
  • Door min of meer permanente overschotten kan de Belastingdienst menen dat winst is beoogd. Het is niet van belang waarvoor de overschotten bestemd zijn. Zo maakt het niet uit of de overschotten zijn gebruikt voor de doelstelling van de organisatie, of om tekorten op te vangen en de vermogenspositie te verstevigen.
  • Een enkele keer winst behalen leidt niet automatisch tot een winststreven.

Economisch verkeer

Als er uitsluitend activiteiten zijn verricht voor degenen die aangesloten zijn bij de organisatie, is er officieel geen sprake van deelnemen aan het economisch verkeer.

Let op!
Ook indien jouw vereniging op grond van genoemde criteria geen onderneming drijft, kan er sprake zijn van Vpb-plicht. Bijvoorbeeld wanneer in concurrentie wordt getreden met ondernemingen die aan winstbelasting zijn onderworpen. Of er sprake is van in concurrentie treden ligt aan: Of de omzet van de organisatie gering is in verhouding tot de omzet van ondernemers met vergelijkbare activiteiten. Of de activiteiten van de organisatie commercieel aantrekkelijk (kunnen) zijn. Kortom, van in concurrentie treden sprake is als omzet wordt gegenereerd ten koste van andere ondernemers. Heeft jouw vereniging een winkel, dan ben je altijd Vpb-plichtig, ook als jouw winkel geen winstoogmerk heeft.

Wat is er belast?

Er wordt bij het belasten gekeken naar twee soorten vermogen. De organisatie kan twee soorten activiteiten hebben. Bijvoorbeeld een aantal met winstoogmerk en een aantal zonder winstoogmerk. Hier horen twee soorten vermogens bij:

  • Ondernemingsvermogen;
  • Privévermogen (het vermogen dat gebruikt voor de niet-ondernemersactiviteiten).

Is het vermogen niet opgebouwd uit ondernemingswinst, dan is het privé-vermogen en hoort het niet tot het belastbare bedrag.

Ondernemingswinst

Lastiger is het als het vermogen wel uit ondernemingswinst bestaat. De vraag is dan of er sprake is van tijdelijke of blijvende liquide middelen.

  • Zijn de overschotten tijdelijk, dan behouden ze hun functie in de onderneming. Ze zijn tot het ondernemingsvermogen gerekend en zijn dus belastbaar.
  • Zijn de overschotten blijvende liquide middelen, dan zal doorgaans het gehele vermogen tot ondernemingsvermogen worden gerekend en belastbaar zijn als de organisatie alleen ondernemersactiviteiten ontplooit.

Hier kan tegenin zijn gebracht dat de organisatie naast ondernemingsactiviteiten andere activiteiten ontplooit en daarvoor niet belastingplichtig is. Deze stelling wint aan kracht indien het in de statuten staat en ook feitelijk is uitgevoerd.

Om (toekomstige) problemen te voorkomen kan hiervoor de overdracht van activiteiten gewenst zijn.

Vrijstellingen

Onder bepaalde voorwaarden kan de vereniging in aanmerking komen voor vrijstelling op de Vpb:

  • Bij de feitelijke activiteiten of bij de aanwending van het vermogen staat de behartiging van een algemeen maatschappelijk, kerkelijk, levensbeschouwelijk, charitatief, cultureel, wetenschappelijk of sociaal belang (bijv. amateursport, hobby- en buurtvereniging) op de voorgrond.
  • De inkomsten zijn uitsluitend ten behoeve van bovenstaand doel aangewend.
  • De inkomsten zijn hoofdzakelijk verkregen door de inzet van vrijwilligers.
  • De activiteiten waarmee de inkomsten zijn verkregen vormen geen ernstige verstoring van de concurrentieverhoudingen.
  • Het streven naar winst is van ondergeschikt belang. De winst van de activiteit is niet meer dan € 15.000,- per jaar en in het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren samen niet meer dan € 75.000,-.

Daarnaast is er nog een aantal subjectieve vrijstellingen:

  • Sportverenigingen zijn doorgaans niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt niet indien in uitzonderingsgevallen winst is beoogd of in concurrentie is getreden, bijvoorbeeld door de exploitatie van een eigen stadion.
  • Kantines van sportverenigingen vallen gewoonlijk buiten de heffing van vennootschapsbelasting.
  • Jeugdherbergen, onderwijsinstellingen van religieuze orden en congregaties en kruisverenigingen drijven in de regel geen onderneming.
  • Verder instellingen op het gebied van de Woningwet, ziekenfondsen en dergelijke.