Wat te doen bij fraude: de strafprocedure

Wat te doen bij fraude: de strafprocedure

De strafprocedure: aangifte doen

Een strafprocedure start met het doen van aangifte van een strafbaar feit bij de politie. Als je slechts vermoeden van fraude hebt en wellicht wat aanwijzingen, maar geen hard bewijs, heeft aangifte doen meestal weinig zin.

Heeft de vereniging keiharde bewijzen van fraude (bijvoorbeeld een op schrift gestelde bekentenis van de penningmeester of een deskundigenrapport van een accountant) en gaat het om een aanzienlijk bedrag? Dan zal het justitiële apparaat waarschijnlijk wel in actie komen.

In alle gevallen is het afhankelijk van de prioriteiten die justitie heeft gesteld of er al dan niet een onderzoek wordt gestart. En of er vervolgens al dan niet een strafvervolging wordt ingesteld. De politie is weliswaar verplicht om de aangifte op te nemen, maar niet verplicht om opsporingsactiviteiten te verrichten. Je kan wel bezwaar aantekenen tegen een beslissing van justitie om geen actie te ondernemen.

Er wordt gemiddeld in ons land zeker elke twee weken door een bestuur van een vereniging aangifte gedaan in verband met verduistering.

Lees ook: Wat te doen bij fraude: de civiele procedure.

Schadevordering

Het primaire doel van een strafprocedure is het bestraffen van de verdachte. Het klinkt misschien vreemd, maar het terugkrijgen van het ontvreemde geld is in een strafproces maar bijzaak. Of komt zelfs helemaal niet aan de orde.
Toch kan jouw vereniging de geleden schade terugvorderen door zich in de strafprocedure ‘als benadeelde partij te voegen’. Vraag hier nadrukkelijk om bij het doen van de aangifte! De strafrechter kan dan de schadevordering in zijn uitspraak meenemen. Hij kan bepalen dat de dader de schade aan de vereniging moet terugbetalen. Dit is dus geen automatisme.

Het voordeel van de mogelijkheid om je als benadeelde partij in het strafproces te voegen is dat je zelf veel minder kosten hoeft. Bij een civiele zaak is dat veel meer.

De vereniging kan zich alleen met succes als benadeelde partij in de procedure voegen als dit geen ‘onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure’ oplevert. Met andere woorden: als de zaak klip-en-klaar is maakt de vereniging een goede kans dat de rechter de vordering toewijst. Als de zaak erg ingewikkeld is loopt de vereniging het risico dat de rechter vindt dat de vereniging zelf maar een civiele procedure moet aanspannen.

Publiciteit

De kans is groot dat de pers ook lucht van de aangifte krijgt. Tenzij opsporingsbelangen zich daartegen verzetten, zal de politie op verzoek van de pers ook informatie naar buiten brengen. Het is daarom verstandig om vóór het doen van aangifte in het bestuur te bespreken op welke wijze de pers te woord zal worden gestaan. Én op welke wijze je de leden en andere belanghebbenden wilt informeren.

Doorlooptijd

Juridische procedures duren meestal lang. Als je aangifte hebt gedaan, gaat de hele zaak de justitiële molen in en die molen draait niet snel. De gemiddelde (!) doorlooptijd voor standaardmisdrijfzaken is 38 weken en voor complexere zaken 69 weken. Het kan dus zo maar een jaar duren voordat het na de aangifte tot een strafrechtzitting komt. De veroordeling kan nog langer duren.

Bedenk daarbij dat de vereniging met een veroordeling van de fraudeur nog niet het ontvreemde bedrag terug heeft!

De schade daadwerkelijk terugkrijgen

Als de fraudeur veroordeeld is tot het terugbetalen van het ontvreemde bedrag, zal hij waarschijnlijk niet direct de volgende dag op de stoep staan om de vereniging te betalen. Voorheen moest je zelf actie moeten nemen om de vordering te innen, sinds kort helpt de overheid daarbij. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) krijgt opdracht van de officier van justitie om het bedrag te innen.

Het CJIB int het bedrag bij de veroordeelde en neemt zo nodig invorderingsmaatregelen zoals het inschakelen van een deurwaarder.

Als de veroordeelde het bedrag uiteindelijk niet (geheel) betaalt (of kan betalen), kan hij worden aangehouden. Hij moet dan vervangende hechtenis ondergaan. Na het ondergaan van deze hechtenis is voor justitie de zaak beëindigd. Vervolgens zal je zelf – via een civiele procedure – alsnog (het restant van) de vordering moeten proberen te incasseren. Tegen die tijd ben je wel al jaren verder. En het is maar de vraag of je de vordering kan incasseren bij de dader, terwijl het CJIB daarin niet kon slagen…

Meer informatie over en voor kascommissies vind je in De Kascommissiegids voor verenigingen en stichtingen. Zie www.kascommissiegids.nl.