Wat te doen bij fraude: de strafprocedure

Wat te doen bij fraude: de strafprocedure

Wat te doen bij fraude: de strafprocedure

 

In deel 3 van deze artikelserie gaf ik het advies om altijd te proberen om van de fraudeur een schriftelijke bekentenis te krijgen en te komen tot concrete terugbetalingsafspraken.
Als u dat niet wilt, als dat niet lukt – of als de fraudeur zich niet houdt aan de gemaakte afspraken – kunt u een juridische procedure starten. In deze aflevering meer over de strafprocedure.

Aangifte doen
Een strafprocedure start met het doen van aangifte van een strafbaar feit bij de politie. Als u slechts vermoeden van fraude heeft en wellicht wat aanwijzingen, maar geen hard bewijs, heeft aangifte doen meestal weinig zin.
Als u keiharde bewijzen van fraude heeft (bijvoorbeeld een op schrift gestelde bekentenis van de penningmeester of een deskundigenrapport van een accountant) en het gaat om een aanzienlijk bedrag, dan zal het justitiële apparaat waarschijnlijk wel in actie komen.
En in alle gevallen tussen deze twee situaties is het afhankelijk van de prioriteiten die justitie heeft gesteld of er al dan niet een onderzoek wordt gestart en of er vervolgens al dan niet een strafvervolging wordt ingesteld.
De politie is weliswaar verplicht om uw aangifte op te nemen, maar niet verplicht om opsporingsactiviteiten te verrichten. U kunt wel bezwaar aantekenen tegen een beslissing van justitie om geen actie te ondernemen.
Afgaande op informatie in de pers wordt er gemiddeld in ons land zeker elke twee weken door een bestuur van een vereniging of stichting aangifte gedaan in verband met verduistering. In de maand april kwamen bijvoorbeeld de volgende twee aangiften in de openbaarheid:

  • in Klazienaveen is aangifte gedaan tegen de penningmeester van voetbalvereniging Klazienaveen »
  • het bestuur van de stichting Haagse Golfbaan Ockenburgh heeft aangifte gedaan nadat gebleken was dat de penningmeester een bedrag tussen de
    € 750.000 en € 1,3 miljoen heeft weggesluisd »

Schadevordering
Het primaire doel van een strafprocedure is het bestraffen van de verdachte. Het klinkt misschien vreemd, maar het terugkrijgen van het ontvreemde geld is in een strafproces maar bijzaak of komt zelfs helemaal niet aan de orde.
Toch kan uw vereniging of stichting de geleden schade terugvorderen door zich in de strafprocedure ‘als benadeelde partij te voegen’. Vraag hier nadrukkelijk om bij het doen van de aangifte! De strafrechter kan dan uw schadevordering in zijn uitspraak meenemen en bepalen dat de dader de schade aan uw vereniging of stichting moet terugbetalen. Dit is dus geen automatisme.
Het voordeel van de mogelijkheid om u als benadeelde partij in het strafproces te voegen is dat u zelf veel minder kosten hoeft te maken dan wanneer u door middel van een civiele procedure probeert het ontvreemde geld terug te krijgen.

U kunt zich alleen met succes als benadeelde partij in de procedure voegen als dit geen ‘onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure’ oplevert. Met andere woorden: als de zaak klip-en-klaar is maakt u een goede kans dat de rechter uw vordering toewijst en als de zaak erg ingewikkeld is loopt u het risico dat de rechter vindt dat u zelf maar een civiele procedure moet aanspannen.

Publiciteit
Als er namens uw vereniging of stichting aangifte is gedaan, is de kans groot dat de pers ook lucht van de aangifte krijgt. Tenzij opsporingsbelangen zich daartegen verzetten, zal de politie op verzoek van de pers ook informatie naar buiten brengen. Het is daarom verstandig om vóór het doen van aangifte in het bestuur te bespreken op welke wijze de pers te woord zal worden gestaan én op welke wijze u de leden en andere belanghebbenden wilt informeren.

Doorlooptijd
Juridische procedures duren meestal lang. Als u aangifte heeft gedaan, gaat de hele zaak de justitiële molen in en die molen draait niet snel. De gemiddelde (!) doorlooptijd voor standaardmisdrijfzaken is 38 weken en voor complexere zaken 69 weken. Het kan dus zo maar een jaar duren voordat het na uw aangifte tot een strafrechtzitting komt en een eventuele veroordeling van de fraudeur.
Bedenkt u daarbij dat u met een veroordeling van de fraudeur nog niet het ontvreemde bedrag terug heeft!

Uw schade daadwerkelijk terugkrijgen
Als de fraudeur veroordeeld is tot het terugbetalen van het ontvreemde bedrag, zal hij waarschijnlijk niet direct de volgende dag op de stoep staan om u te betalen.
Voorheen moest u zelf actie moeten nemen om uw vordering te innen, sinds kort helpt de overheid u daarbij: het Centraal Justitieel Incasso Bureau, u waarschijnlijk bekend van de verkeersboetes, krijgt namelijk opdracht van de officier van justitie om het bedrag voor u te innen.
Dit CJIB int het bedrag bij de veroordeelde en neemt zo nodig invorderingsmaatregelen zoals het inschakelen van een deurwaarder. Hoe gaat dit in zijn werk? »
Als de veroordeelde het bedrag uiteindelijk niet (geheel) betaalt (of kan betalen), kan hij worden aangehouden en moet hij vervangende hechtenis ondergaan. Na het ondergaan van deze hechtenis is voor justitie de zaak beëindigd en zult u zelf – via een civiele procedure – alsnog (het restant van) de vordering moeten proberen te incasseren.
Tegen die tijd bent u wel al jaren verder na de aangifte en het is natuurlijk maar zeer de vraag of u de vordering kunt incasseren bij de dader, terwijl het CJIB daarin niet kon slagen…

drs. Maarten den Ouden is registeraccountant en auteur van De Kascommissiegids en De Kascommissiegids voor VvE’s. Zie www.kascommissiegids.nl.