Eisen aan de kascommissie

Eisen aan de kascommissie

Eisen aan de kascommissie
Welke eisen worden er gesteld aan de kascommissie?

De kascommissie moet onafhankelijk en onpartijdig zijn. Daarnaast wordt er ook een zekere deskundigheid verwacht. Daarnaast is de persoonlijkheid en professionaliteit van een kascommissielid ook van belang.

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid

De wet stelt als expliciete eis slechts dat de commissie uit tenminste twee leden moet bestaan. Zij moeten door de algemene vergadering zijn benoemt en niet tot het bestuur behoren. Daarboven kunnen de statuten nog aanvullende eisen stellen. De genoemde wettelijke eisen hebben betrekking op de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid. Doordat de benoeming van de kascommissie geschiedt door de algemene vergadering is de onafhankelijkheid van de commissie ten opzichte van het bestuur beschermd.
De onpartijdigheid wordt bevorderd door de wettelijke eis dat de kascommissieleden geen deel uit mogen maken van het bestuur. Wanneer een commissielid tegelijkertijd bestuurslid zou zijn, zou hij immers zichzelf controleren.
Hoewel het volgens de wet is toegestaan is het ongewenst om de commissie samen te stellen uit bijv. echtgenotes van de penningmeester of voorzitter. Dit vanuit het oogpunt van onpartijdigheid en onafhankelijkheid.

Deskundigheid

De leden van de kascommissie moeten voldoende kennis hebben om het financieel verslag te controleren, al dan niet met bijstand van een deskundige. Als de penningmeester aan de commissieleden moet vertellen wat zij moeten doen heeft de controle natuurlijk weinig zin. Voor de controle is meestal weinig boekhoudkundige kennis nodig. Dit komt omdat de commissie niet op de eerste plaats de administratie van de vereniging controleert, maar het financieel verslag. Toch is het, zeker bij grotere organisaties, gewenst dat de leden van de kascommissie enige kennis van boekhouden en van jaarrekeningen hebben. En natuurlijk is cijfermatig inzicht vereist. De commissie zal op het gebied van het financieel verslag minstens een gelijkwaardige gesprekspartner voor de penningmeester moeten kunnen zijn. De algemene vergadering en de leden die zich beschikbaar stellen voor het lidmaatschap van de commissie van controle doen er goed aan zich van deze deskundigheidseisen rekenschap te geven. Want… een controle die niets voorstelt is geen controle!

Persoonlijkheid

Het ligt voor de hand, dat aan de commissieleden ook qua persoonlijkheid eisen worden gesteld. Sommige bestuurders hebben een aversie tegen controle en niemand vindt het prettig op zijn fouten te worden gewezen. Het benaderen van de ‘gecontroleerde’ dient dus met een zekere tact te geschieden. Ook bij het inwinnen van informatie en het bespreken van eventuele fouten is diplomatiek optreden gewenst. De leden van de commissie van controle dienen altijd te beseffen dat het voeren van de administratie vaak veel tijd en energie kost. Opzettelijke fouten behoren tot de uitzondering. Een verstandig bestuur zal echter blij zijn met een goed uitgevoerde controle. Deze controle is in het belang van de vereniging en het bestuur zelf. En… iedereen is blij met een schouderklopje op z’n tijd!