Persoonlijk aansprakelijk of niet? Acht voorbeelden

Persoonlijk aansprakelijk of niet? Acht voorbeelden

Persoonlijk aansprakelijk of niet? Acht voorbeelden

Besturen is risico lopen. Niet ieder risico leidt automatisch tot aansprakelijkheid. Als bestuurders handelingen namens de verenigingen en stichtingen verrichten, dan is in beginsel slechts de vereniging of stichting voor deze handelingen aansprakelijk. In uitzonderlijke gevallen zijn de bestuurders persoonlijk aansprakelijk. Daarvan is sprake als de bestuurders onbehoorlijk besturen als gevolg waarvan de vereniging of stichting, of een derde schade lijdt. Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders kan vergaande gevolgen hebben, omdat de vereniging/stichting zich alsdan kan verhalen op het privévermogen van de bestuurders. Het maakt daarbij niet uit of de bestuurstaken al dan niet tegen een vergoeding worden verricht.

Acht voorbeelden met betrekking tot mogelijke bestuurdersaansprakelijkheidsrisico’s:

  1. Een sponsor zegt toe een sponsorbijdrage van € 50.000 te leveren aan een sportvereniging. Het bestuur van de sportvereniging komt in de financiële problemen, omdat het bestuur direct na de toezegging van de sponsor allerlei uitgaven heeft gedaan zonder te hebben gecontroleerd of deze sponsor wel kredietwaardig was. De sportvereniging gaat failliet en de curator spreekt het bestuur aan op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
  2. Het stichtingsbestuur van een stichting in de zorgsector koopt alvast een nieuw verzorgingshuis, in de veronderstelling een subsidie voor huisvesting te ontvangen. Op basis van de koop-/aannemingsovereenkomst gaat de aannemer alvast aan de slag. Nadat de aannemer al is aangevangen met zijn werkzaamheden, blijkt dat de stichting niet voor de subsidieregeling in aanmerking komt. De stichting kan de aannemer niet betalen. De aannemer spreekt de bestuurders van de stichting persoonlijk aan voor de door hem geleden schade.
  3. Het bestuur van een voetbalvereniging laat de gehele kantine opnieuw inrichten en schakelt daarvoor een gespecialiseerd bedrijf in. Het bedrijf eist dat de voetbalvereniging een aanzien-lijke geldsom vooruit betaalt. De voetbalvereniging betaalt een flink bedrag aan, waarna het gespecialiseerde bedrijf failliet gaat zonder dat de werkzaamheden zijn voltooid. De voetbalvereniging krijgt haar vooruitbetaling niet meer terug en kan slechts een concurrente vordering in het faillissement van het gespecialiseerde bedrijf indienen. De voetbalvereniging stelt de verantwoordelijke bestuurdersleden persoonlijk aansprakelijk, omdat zij niet voldoende hebben onderzocht of het gespecialiseerde bedrijf kredietwaardig was.
  4. Een stichting die zich bezighoudt met het organiseren van een jaarlijks muziekfestival kampt met tegenvallende bezoekersaantallen. De bestuurders hebben de uitgaven begroot op basis van een veel te hoog bezoekersaantal. Als gevolg daarvan ontstaat een zwaar tekort in de begroting en is de stichting niet in staat de huur te betalen aan de eigenaar van een evenementencomplex waar het festival heeft plaatsgevonden. De stichting gaat vervolgens failliet. De curator van de stichting stelt de bestuurders aansprakelijk en daarnaast stelt de eigenaar/verhuurder van het evenementencomplex de bestuursleden van de stichting persoonlijk aansprakelijk.
  5. De bestuurders van een stichting die zich toelegt op het creëren van woon- en zorgfaciliteiten ten behoeve van ouderen en gehandicapten, keren aan zichzelf – bovenop een marktconforme onkostenvergoeding – een exorbitante vergoeding uit. Deze vergoeding staat geenszins in verhouding tot de inkomsten van de stichting. De stichting gaat failliet en de curator spreekt de bestuurders aan tot terugbetaling van de bovenmatige vergoeding.
  6. Een hockeyvereniging laat voor een appel en een ei kunstgrasvelden aanleggen door een bedrijf dat niet gespecialiseerd is. De velden worden volledig afgekeurd voor competities en moeten worden vervangen. De aannemer is inmiddels failliet en de vereniging krijgt haar geld niet terug. De vereniging zal een nieuwe aannemer moeten inschakelen om alsnog de gewenste kunstgrasvelden te laten aanleggen. De leden van de vereniging spreken de bestuurders van de vereniging aan voor de schade die de vereniging lijdt.
  7. Dat bestuurders van een vereniging of stichting ook aansprakelijk kunnen worden gesteld voor fouten van medebestuurders, blijkt uit het volgende voorbeeld. De voorzitter van een hondenvereniging verzuimt een brandverzekering af te sluiten voor het clubhuis. Het clubhuis brandt volledig af, zonder dat de schade wordt vergoed door een verzekeraar. De vereniging stelt het bestuur aansprakelijk voor de geleden schade. Dit op basis van collegiale verantwoordelijkheid en de hoofdelijke aansprakelijkheid van het bestuur op grond van artikel 2:9 uit het Burgerlijk Wetboek.
  8. Het bestuur van een commerciële stichting heeft een geldlening verstrekt aan een besloten vennootschap. Deze geldlening is verstrekt zonder dat er enige vorm van zekerheid (bijvoorbeeld pandrecht, hypotheekrecht, bankgarantie of eigendomsvoorbehoud) is bedongen. De besloten vennootschap is niet in staat de lening af te lossen en gaat failliet. De stichting gaat eveneens failliet en de curator spreekt de bestuurders van de stichting aan voor het faillissementstekort.

Meer informatie
De ervaring leert dat het risico van persoonlijke aansprakelijkheid aanzienlijk kan worden beperkt door bewustwording van bestuurders van de mogelijke risico’s die zij lopen en door het ontwikke-len van een stappenplan ter voorkoming en beperking van bestuurdersaansprakelijkheid.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Mr M(aurice).H.S. Verhoeven, advocaat bij Ploum Lodder Princen Advocaten en Notarissen te Rotterdam en gespecialiseerd in bestuurdersaansprakelijkheid (tel.: 010 – 440 64 12, e-mail: mverhoeven@plp.nl).