Wat te doen bij fraude: het geld terugkrijgen

Wat te doen bij fraude: het geld terugkrijgen

Wat te doen bij fraude: het geld terugkrijgen

Eerste doel: terugkrijgen van het geld

Voor de vereniging kan het bijna van levensbelang zijn om het ontvreemde geld terug te krijgen. Dát is het belangrijkste. Als er al behoefte bestaat om de fraudeur aan de schandpaal te nagelen of te (laten) straffen, dan is dat toch minder belangrijk dan het terugkrijgen van het geld.

Probeer altijd éérst om het geld in goede samenwerking met de fraudeur zo snel mogelijk terug te krijgen. Juridische procedures kosten immers vaak veel tijd, geld en energie. En de uitkomst ervan is onzeker.

Soms zal een fraudeur zoveel spijt hebben van zijn daden dat hij 100% bereid is om tot een goede terugbetalingsregeling te komen. Soms ook vergt het enige overtuigingskracht om de fraudeur tot het inzicht te brengen dat het (ook) in zijn eigen belang is om bereidwillig samen te werken met de vereniging.

Wederzijds belang

Wat kan de vereniging de fraudeur bieden in ‘ruil’ voor een goede samenwerking:

  1. Je kan beloven om niet in de publiciteit te treden met de fraude. Dat is zéér in het belang van de fraudeur, die immers anders het grote risico loopt dat een groot deel van zijn omgeving hem zijn daden zeer kwalijk neemt.
  2. Je kan beloven om geen aangifte bij de politie te doen. Dat betekent dat de fraudeur geen strafblad krijgt en geen geldboete, gevangenisstraf of werkstraf. En de fraudeur hoeft ook geen advocaat in de arm te nemen om hem te verdedigen bij de strafzaak – met alle kosten van dien. Een advocaat is in strafzaken niet verplicht, maar het is verstandig om als verdachte wel een advocaat te nemen.
  3. Je kan beloven om geen civiele procedure te starten. Bij een civiele procedure zal de fraudeur niet alleen advocaatkosten moeten maken, maar hij moet ook griffierechten betalen.
  4. Bovendien loopt de fraudeur een grote kans om (als hij de procedure verliest) voor een groot deel van de kosten van de hele juridische procedure op te draaien. Hetgeen in de duizenden euro’s kan lopen.
  5. Je belooft de fraudeur om geen loonbeslag te leggen op zijn inkomsten. Loonbeslag is weliswaar niet zo maar mogelijk, er is toestemming of een vonnis van de rechter voor nodig. Maar als er loonbeslag wordt gelegd, heeft dat voor de fraudeur óók als vervelende consequentie dat zijn werkgever op de hoogte raakt van de fraude.

Wat vraag je in ruil voor deze beloften? Je vraagt van de fraudeur een schriftelijke bekentenis én een belofte om op korte termijn het ontvreemde bedrag terug te betalen. Uit deze bekentenis moet blijken voor welk bedrag is gefraudeerd en hoe de fraude in zijn werk is gegaan. De belofte om het ontvreemde bedrag terug te betalen moet vergezeld zijn van een concreet schema met bedragen en betalingsdata.

Kale kip

In veel gevallen zal een fraudeur niet zonder meer kunnen beschikken over geld om het ontvreemde bedrag direct terug te kunnen betalen. Van een kale kip kun je niet plukken. Maar ook niet van een kale kip die door een rechterlijke uitspraak veroordeeld is tot terugbetalen….

Je moet de fraudeur doordringen van het feit dat het in zijn eigen belang is om de schuld zo spoedig mogelijk terug te betalen. Zo zal hij zich moeten inspannen om te proberen zijn hypotheek te verhogen. Of een persoonlijke lening te sluiten om daarmee het gefraudeerde bedrag terug te betalen.

Anders: juridische weg

Als je met de fraudeur niet tot overeenstemming kunt komen, zal je de juridische weg moeten bewandelen. Dat kan zijn via het strafrecht of via het civiele recht.

Lees ook: de civiele procedure en de strafprocedure.

Meer informatie over en voor kascommissies vind je in De Kascommissiegids voor verenigingen en stichtingen. Zie www.kascommissiegids.nl.