is een dienst van Notarian

is een dienst van Notarian

Welke gevolgen heeft de wetswijziging 2021 voor mijn vereniging?

Welke gevolgen heeft de wetswijziging 2021 voor mijn vereniging?

Moet ik de statuten van mijn vereniging aanpassen?

Nee, niet direct. De wetswijziging WBTR stelt het niet verplicht om de statuten aan te passen. Het overgangsrecht regelt wat er gewijzigd moet worden in de statuten. Daarin staat beschreven welke regelingen je wanneer moet wijzigen. Hierin staat niet dat je verplicht de statuten moet wijzigen.
Wel is het verstandig om de statuten door te nemen en te controleren of ze voldoen aan de wetswijziging. Daarbij zijn 2 punten van belang. Ten eerste moet er een regeling in de statuten staan over belet en/of ontstentenis van alle bestuursleden. Ten tweede mag één bestuurder in zijn eentje niet de meerderheid van de stemmen hebben.

    Wijzig nu de statuten van jouw vereniging

    Wetswijziging 1 juli 2021

    Vanaf 1 juli 2021 geldt de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR). Deze wetswijziging brengt een aantal wijzigingen met zich mee voor verenigingen. Wat is er gewijzigd en welke gevolgen heeft dit voor de statuten van mijn vereniging? Moet je dit direct regelen, of is er overgangsrecht? Daar zijn uitgebreide regels voor.

    De wijzigingen gaan over de volgende onderwerpen: tegenstrijdig belang van een bestuurder, een regeling omtrent belet en ontstentenis, het meervoudig stemrecht en de Raad van Commissarissen (RvC). Het is niet verplicht om voor deze datum de statuten van de vereniging te wijzigen.

    Overgangsrecht

    In het overgangsrecht is vastgelegd wanneer welke wijziging moet zijn doorgevoerd in de statuten. In het overgangsrecht is niet opgenomen dat je de statuten moet wijzigen. Bepaalde bepalingen in de statuten vervallen wel na verloop van tijd.

    Hieronder vind je het overgangsrecht per onderwerp.

    Tegenstrijdig belang

    Er is sprake van een tegenstrijdig belang als een bestuurder een persoonlijk belang heeft en daardoor niet in staat is om het belang van de vereniging integer en onbevooroordeeld te bewaken. De beperking in de vertegenwoordigingsbevoegdheid is ook een tegenstrijdig belang.

    Een bestuurder mag niet deelnemen aan een besluitvorming als hij of zij een (in)direct belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging. Als die bestuurder wel deelneemt aan de besluitvorming, is het besluit nietig. Dit was voor de wetswijziging ook al het geval. Nu heeft het ook een wettelijke grondslag.

    In artikel 2:44 lid 6 Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat een bestuurder niet kan deelnemen aan beraadslaging en besluitvorming indien hij/zij (in)direct persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging. Deze bepaling hoeft niet in de statuten zijn opgenomen. Deze bepaling geldt voor elke vereniging omdat het in de wet is opgenomen.

    In het overgangsrecht (artikel XV lid 2) is opgenomen dat als de vereniging is vertegenwoordigd door het bestuur of een bestuurder terwijl er sprake was van tegenstrijdig belang, de algemene vergadering (AV) de vertegenwoordiging kan bekrachtigen. De AV moet de vertegenwoordiger of vertegenwoordiging aanwijzen op of na de datum van inwerkingtreding van de wet.

    Na de inwerkingtreding, 1 juli 2021, kan er geen beroep meer worden gedaan op een regeling in de statuten die bepaalt dat er een besluit mag worden genomen als er sprake is van tegenstrijdig belang. Dit is opgenomen in artikel XV overgangsrecht lid 3. Hiervoor hoef je niet direct je statuten te wijzigen. Bij de eerstvolgende statutenwijziging is het wel verstandig om deze regeling eruit te halen om verwarring te voorkomen.

    In de praktijk komt het trouwens maar hoogst zelden voor dat een vereniging in de statuten zou hebben staan dat bestuurders wel op mogen treden als zij een tegenstrijdig belang hebben.

    Voorbeeld: Het clubgebouw van de tennisclub moet worden opgeknapt. Degene die dit gaat uitvoeren is een familielid van de voorzitter. Mag de voorzitter dan deelnemen aan de besluitvorming over dit onderwerp? Nee, dat mag niet, omdat de voorzitter hier een persoonlijk belang bij kan hebben. Bij verenigingen die in een dorp zitten kan hier al snel sprake van zijn. Houd dus goed in de gaten dat er geen besluiten worden genomen door iemand met een persoonlijk belang. Anders kan het besluit nietig worden verklaard.

    Als alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben wordt het besluit genomen door de Raad van Commissarissen (RvC). Is er geen RvC? Dan neem de Algemene Vergadering van de vereniging het besluit.

    Lees ook: Tegenstrijdig belang.

    Statutaire regeling in geval van belet en/of ontstentenis bestuurder(s)

    In de statuten moet een regeling komen voor het geval er sprake is van belet of ontstentenis van alle bestuurders. Er is sprake van belet of ontstentenis als een bestuurder tijdelijk zijn functie niet kan uitoefenen of als de bestuurder is ontslagen.

    Artikel 2:44 lid 5 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de statuten een regeling omtrent belet en ontstentenis van het bestuur moet bevatten. In het overgangsrecht (artikel XV lid 4) is bepaald dat deze nieuwe regeling bij de eerstvolgende statutenwijziging in de statuten moet zijn opgenomen. Hier is geen termijn voor gesteld.

    Lees de statuten van jouw vereniging door en controleer of er zo’n regeling is opgenomen. Is dat niet het geval? Dan zullen de statuten moeten worden aangepast. Dit mag ook bij de eerstvolgende wijziging van de statuten meegenomen.

    Meervoudig stemrecht bestuurder

    Het is niet mogelijk dat één bestuurder meer stemmen heeft dan de overige bestuurders tezamen. Een bestuurder mag wel meer dan één stemmen hebben. Zolang hij of zij maar niet alleen de meerderheid heeft.

    Artikel 2:44 lid 4 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een bestuurder meer dan één stem kan hebben. Maar hij kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen. Ook voor deze regeling geldt dat zij bij de eerstvolgende statutenwijziging moet worden opgenomen in de statuten, artikel XV overgangsrecht lid 4. Hier is echter wel een termijn gesteld. Als er in de statuten een regeling staat waarin staat dat een bestuurder meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen, dan is deze regeling geldig tot uiterlijk vijf jaar na 1 juli 2021. Na die vijf jaar kan er geen beroep meer worden gedaan op die regeling in de statuten. Dit is opgenomen in art. VX overgangsrecht lid 5.

    Ook dit komt zelden voor. Verenigingen hebben hoogst zelden geregeld dat een bepaald bestuurslid alleen meer stemrecht kan hebben dan alle anderen bij elkaar.

    Raad van Commissarissen en One-tier board

    Door de wetswijziging is het mogelijk om voor een vereniging een Raad van Commissarissen (RvC) in te stellen. Dit was voorheen ook al mogelijk, in de vorm van een Raad van Toezicht. De wetswijziging zorgt voor meer uniformering en daarom worden de raden van rechtspersonen nu overal een Raad van Commissarissen genoemd.

    In de wet, artikel 2:47 Burgerlijk Wetboek, staat omschreven dat de statuten van een vereniging een regeling voor een Raad van Commissarissen kan bevatten. Dit is dus niet verplicht en hoeft niet in de statuten te zijn opgenomen. De mogelijkheid om een RvC In de wet zijn de taken en bevoegdheden van de RvC nader uitgewerkt. Dit mag ook nog de Raad van Toezicht worden genoemd.

    De wetswijziging biedt ook de mogelijkheid om een One-tier board in te stellen. Dit moet ook via de statuten. Een One-tier board is een monistisch bestuursmodel. Er is dan één bestuur waarin zowel de directie als toezichthouders zitten.

    Moet ik mijn statuten wijzigen?

    wetswijziging

    De wetswijziging stelt het niet verplicht om de statuten aan te passen. Het is wel verstandig om de statuten door te nemen. Na inwerkingtreding van de wet is het mogelijk dat de statuten niet meer voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. Hierdoor kan er discussie ontstaan binnen de vereniging. Een statutenwijziging kan dus wel wenselijk zijn.

    Na de inwerkingtreding dienen de statuten van de vereniging in ieder geval het volgende te bevatten:

    • een regeling omtrent belet of ontstentenis van alle bestuurders; en
    • een bestuurder mag in zijn eentje niet meer stemmen hebben dan de overige bestuursleden bij elkaar.
      0
      Je winkelwagen