Besluit nemen vereniging opheffen

Besluit nemen vereniging opheffen

Bestuursbesluit nemen

Als jullie de vereniging willen opheffen moet er een bestuursbesluit worden genomen. In de statuten staat beschreven hoe de vereniging dit besluit neemt. Dit kan dus per vereniging verschillen.

Meestal is de procedure als volgt:

  • Het verenigingsbestuur doet een voorstel om de vereniging op te heffen. Dat voorstel moet naar de leden. En het bestuur plant een algemene vergadering.
  • De leden komen bijeen op de algemene vergadering. Daar gaan zij stemmen over het besluit om de vereniging op te heffen.
  • Over het stemmen kunnen verschillende regels zijn opgenomen in de statuten. Er kunnen verschillende eisen zijn gesteld aan het aantal leden dat aanwezig moet zijn bij de vergadering. Zo kan er een bijzondere meerderheid zijn opgenomen of een gekwalificeerde meerderheid. Dit is de meest voorkomende regeling: tijdens de algemene vergadering moet er een minimaal aantal leden zijn (de quorum-eis) en er moet een minimaal percentage van de aanwezige leden instemmen met het besluit. Meestal is dat 2/3, dat is een gekwalificeerde meerderheid.
  • Zijn er onvoldoende leden aanwezig? Dan moet er een tweede vergadering bijeen worden geroepen. Bij de tweede vergadering geldt de quorum-eis niet. De eis van een gekwalificeerde meerderheid geldt meestal wel nog.
  • Hoe gaan we opheffen? De lange weg is met de aanwijzing van een vereffenaar. Die gaat de schulden en bezittingen van de vereniging in kaart brengen. Je kan dat het beste vergelijken met een curator bij een faillissement. De korte weg is de turbo liquidatie. De vergadering constateert dat er geen schulden zijn. Besluit de vereniging op te heffen. Het risico is dat de bestuurders nu persoonlijk aansprakelijk zijn. Dus komt er uit een onverwachtte hoek een schuldeiser, dan zou die zich mogelijk kunnen verhalen op de bestuurders.
  • Nadat de vereniging besluit om zich op te heffen wijst zij iemand aan om dat uit te voeren. In het algemeen zullen dat de laatste overgebleven bestuurders zijn.

Praktijkvoorbeeld

Er is een vereniging met 40 gewone leden plus 5 bestuurders, in totaal dus 45 leden. Bij de algemene vergadering komen 10 leden en de bestuurders. In de statuten stond dat minstens de helft van de leden aanwezig moets zijn (23 dus). Dan is deze opkomst dus niet voldoende. De voorzitter constateert dat er te weinig leden zijn en het bestuur schrijft een nieuwe vergadering uit. Bij de tweede vergadering komen er weer 10 leden en de 5 bestuurders. De minimum eis voor het aantal leden geldt nu niet meer. Nu kan er een geldig besluit worden genomen. Volgens de statuten moet 2/3 van de aanwezigen instemmen met het besluit tot opheffing (meest gangbare in Nederland).

Zie ook: Stappenplan vereniging opheffen.

    0
    Je winkelwagen